Een vergeet-mij-nietjetussen onkruid groeit,
waarmee de windin zijn vernielzucht stoeit,
verstoken van liefde,van warmt’en geluk,
geen maakt zich om zo’narmtierig bloempje druk.
Tot ..., ’n warm moederharthet onverwacht ontdekt,
voorzichtig uitde dorre aarde trekt,
haar armen beschermendom ’t trillend lijfje legt,
zacht, in vreemde taal,wat woordjes zegt.
Wat dan volgtis ’n uren lage vlucht
die van ginds naar hierde afstand overbrugt,
naar hier, naar warmt’enliefde, zeker weten,
’t ginds doorstane leeddoet verzachten en vergeten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten